Dat er de komende tijd minder investeringen gedaan zullen worden, daar kun je de klok op gelijk zetten. Met welke bedrijven zullen investeerders wél in zee gaan, en bestaat er zoiets als een corona-proof waardering?

Je zou dezer dagen maar ondernemer zijn in de reis- of vliegbranche. Was de wereld begin maart nog een schatkamer van verregaande globalisering, daar is slechts anderhalve maand later door de mondiale coronapandemie weinig meer van over. Grenzen dicht, maar dan écht. De reis- en vliegbranche zijn typisch sectoren die niet ‘corona-proof’ zijn. Levert dat extra problemen op als je groeigeld wil ophalen?

Ja, denkt consultant Bart Steenmeijer van fusie- en overnamebedrijf Marktlink. Afgelopen week voorspelde hij in Management Team dat ‘corona-proof-bedrijven op termijn een hogere waardering krijgen dan bedrijven in sectoren die vanwege corona problematisch zijn’.

Waarderingen die zich aanpassen aan de nieuwe realiteit en daarmee als het ware ‘corona-proof’ worden: het klinkt logisch, maar denken durfinvesteerders hier daadwerkelijk zo over? En verwachten zij eigenlijk überhaupt nog investeringen te doen de komende tijd? Sprout vraagt het Tamara Obradov van Tablomonto, Michael Lucassen van TIIN Capital, Johan van Mil van Peak Capital en Thijs Gitmans van NBI Investors.

‘Pure marktwerking’

‘Het lijkt me duidelijk dat er vanwege corona iets met bedrijfswaarderingen zal gebeuren’, denkt Obradov. ‘Bedrijven die in remote working zitten, zullen makkelijker een hogere waardering krijgen dan bedrijven in internationale handel of reizen. Dat is pure marktwerking.’

‘Stel dat er over 6 maanden een vaccin is, dan duurt het daarna nog zeker 12 maanden om het product overal te krijgen. In de tussentijd moet de regering de economie soms openen, maar als het slecht gaat weer op slot doen. Door dat jojo-effect zal er in ieder geval de komende 18 maanden veel onzekerheid blijven. Stap je al in als investeerder, dan zul je zeker rekening houden met additionele risicofactoren. Bedrijven die jojo-effect-proof zijn, zullen een betere waardering krijgen dan bedrijven die dit niet zijn.’

Niet blindstaren

Thuiswerken mag dan in de lift zitten door de pandemie en reizen niet, toch moeten investeerders verder kijken dan puur de branche, denkt Obradov. ‘Het kan bijvoorbeeld zijn dat een ondernemer binnen een problematische sector een niche vindt met voldoende consumentenvraag.’

Ook de ‘veranderkracht’ van een onderneming zal volgens Obradov de komende tijd een belangrijke factor spelen bij het opstellen van waarderingen. ‘Ik verwacht in vrijwel alle managementrapportages van de komende 12 tot 18 maanden dat bedrijven een klap hebben gekregen door de lockdown. De vraag is hoe je gereageerd hebt als ondernemer. Heb je kansen aangegrepen? Sommige ondernemers kunnen heel goed met verandering omgaan, terwijl anderen daar juist tijd voor nodig blijken te hebben.’

JE ZIET VEEL VC’S ZICH NU RICHTEN OP HUN PORTEFEUILLE, WAARDOOR ER MINDER BESCHIKBAAR IS VOOR DE REST

Minder kapitaal

Ook al zit je in een verkeerde branche, dan alsnog kunnen er mogelijkheden voor je zijn, denkt ook TIIN Capital-investeerder Lucassen. ‘Misschien zit je in de reisbranche, maar is je techniek verder goed en bijvoorbeeld ook anders in te zetten. In goede technologie zullen er altijd partijen geïnteresseerd zijn om te investeren. Het te investeren bedrag zal wel naar beneden aangepast worden, denk ik. Je kunt er vergif op innemen dat waarderingen onder druk komen te staan, aangezien kapitaal wat schaarser is. Je ziet veel vc’s zich nu richten op hun portefeuille, waardoor er minder beschikbaar is voor de rest.’

Investeerders zullen zich extra richten op verschillende mogelijke scenario’s, denkt Lucassen. ’Je hebt heel veel modellen die ervan uitgaan dat je gewoon sales doet in een bepaalde periode. Door de coronacrisis is Nederland nu echter op slot en wanneer het land weer opengaat, weten we niet. Als iemand daarom de verwachting uitspreekt binnen een jaar winstgevend te worden, is het nog maar de vraag of dat echt gebeurt. De waarderingen zullen wel op die onzekerheid worden aangepast.’ Lucassen verwacht dat veel investeringen de komende tijd in tranches zullen plaatsvinden: ‘Je knipt de financiering op, omdat je als investeerder niet weet wanneer je ergens het post-corona-label aan kunt hangen.’

Lokale reizen

Zoiets als een sectorgebonden corona-proof-waardering, volgens Peak Capital-investeerder Van Mil moeten we ons er niet blind op staren. ‘Iedereen zegt nu dat reizen en vrije tijd geen markten zijn waar je als investeerder in moeten willen stappen. Als ik echter ergens in geloof de komende tijd, dan is het wel local traveling. Met de anderhalvemetereconomie wordt reizen moeilijker en blijven mensen dichter bij huis, maar ze willen nog wel op vakantie gaan. Local traveling kan dan een heel interessante markt worden.’

TIJDENS DE FINANCIËLE CRISIS KWAMEN BEDRIJVEN ALS AIRBNB EN UBER OP

Ook de horecabranche hoeven we niet af te schrijven, denkt Van Mil. De anderhalvemetereconomie zal het voor restaurants waarschijnlijk nog wel even moeilijk maken, maar ‘we zullen op een andere manier gaan ontspannen en reken maar dat er heel veel bedrijven zullen ontstaan die hier straks slim op inspelen. Bedenk maar: tijdens de financiële crisis kwamen bedrijven als Airbnb en Uber op.’

Met een nieuwe recessie of misschien zelfs depressie voor de deur, zal de interesse van investeerders wel verschuiven naar andere soorten bedrijven dan in tijden van hoogconjunctuur, denkt Van Mil. Er komt volgens hem meer aandacht voor wat hij pain killer-bedrijven noemt: ondernemingen die direct een probleem voor de klant oplossen en daarmee geld verdienen. Zogenoemde vitamins-bedrijven zullen tijdelijk minder in trek zijn. ‘Een voorbeeld is WeWork, dat verhuurders en huurders bij elkaar brengt in een fancy kantoorwereld. De coronacrisis leerde bedrijven dat ze best meer remote kunnen werken. Een groot kantoor hebben, wordt daardoor meer nice to have dan need to have.’

Post-Wework-era

Van Mil noemt WeWork niet zomaar als voorbeeld. Het kantoorverhuurbedrijf wilde afgelopen najaar jaar de beurs op, maar bleek zijn financiën door intern wanbeleid niet op orde te hebben. De waardering viel als een pudding in elkaar, miljoenen aan investeringen gingen in rook op en de beursgang ketste af. Volgens Van Mil was dit voor investeerders een belangrijk leermoment.

‘We leven als investeerders vooral in een post-WeWork-era, waarbij het besef bij zowel Angelsaksische als Europese investeerders is ingedaald dat ze moeten investeren in bedrijven die intrinsiek gezond zijn. Wij noemen zoiets healthy unit economics: bedrijven die voor iedere klant die ze binnenbrengen geld opleveren, in plaats van dat ze een enorme marketingmachine blijken te zijn die per binnengehaalde klant geld kost. WeWork markeerde het eindpunt van een dergelijke reeks mislukte beursgangen.’

Post-corona-tijdperk

NBI Investors-fondsmanager Thijs Gitmans verwacht dat er meer interesse onder investeerders zal zijn voor bedrijven die een rol kunnen spelen in het ‘post-corona-tijdperk’. ‘Bijvoorbeeld alles wat te maken heeft het flexibel werken, bedrijven die de bevoorradingsketen lokaler maken of de consumptie van klanten verder naar internet verplaatsen. Het is echter nog te vroeg om daar nu al een premie op te zetten. We weten nog niet hoe de coronacrisis zich verder zal ontwikkelen. Stel dat deze bijvoorbeeld over gaat, hoeveel teamoverleg zal er dan nog online plaatsvinden? De druk om weer vaker bij elkaar te komen, zal met de tijd toenemen.’

In het algemeen zullen rondes kleiner worden en waarderingen lager, verwacht Gitmans. ‘Veel investeerders zien hun portfoliobedrijven geraakt worden en zullen dus voorzichtiger worden bij het doen van investeringen. Het is immers niet interessant om geld in een bedrijf te stoppen, maar vanwege de coronacrisis pak ‘m beet 12 maanden te moeten wachten totdat zo’n bedrijf weer in actie kan komen. Als investeerders al geld investeren, zullen ze eerder een stukje geld geven en over een jaar nog een stukje. Misschien dat je dan beter in kaart hebt wat de corona-effecten zijn, zodat je ze kunt inprijzen in je waarderingen.’